Actueel

De emotionele ontwikkeling van een personage

Eerder gepubliceerd in Levende Talen Magazine: jaargang 2025-2

Een personage staat zelden stil. Door gevoelens, twijfels en omslagpunten zichtbaar te maken in een emotiegrafiek, krijgen leerlingen grip op de ontwikkeling van een verhaal. In deze activiteit gebruiken we Films die nergens draaien van Yorick Goldewijk als vertrekpunt.

  • Doelstelling: Leerlingen leren analyseren hoe gebeurtenissen de emoties van een personage beïnvloeden en ontwikkelen hun vaardigheden in samenwerken en het onderbouwen van hun visie door het maken van een emotiegrafiek.
  • Taal: Nederlands of een vreemde taal
  • Niveau: havo/vwo, onder- en bovenbouw
  • Tijd: 45-50 minuten
  • Benodigdheden: een klassikaal gelezen verhaal, 20 kaartjes met daarop verschillende emoties, 7-10 kaarten met sleutelscènes uit het boek, een leeg format van een Living Graph/emotiegrafiek

Het analyseren van de emoties van een personage biedt leerlingen een unieke kans om zich in te leven in de verhaallijn en de keuzes van een schrijver. De focus van deze activiteit ligt op het visueel maken van de emotionele reis van een personage aan de hand van een zogenaamde emotiegrafiek, gebaseerd op het concept van Living Graphs uit het werk van David Leat. Net zoals Twan Robben en Hanneke Houkes al beschreven in LTM 2017/4 is het inzetten van Thinking Skills in de taalles een aantrekkelijke manier om leerlingen zorgvuldig en kritisch te laten nadenken en te laten wennen aan het gegeven dat er niet altijd slechts één uitkomst is bij een vraagstuk. We willen immers vaardigheden zoals analyseren, interpreteren en samenwerken stimuleren.

De les start met een introductie waarin het doel van de opdracht wordt uitgelegd. Laat hierbij ook voorbeelden zien van Living Graphs of emotiegrafieken. Je bespreekt daarnaast klassikaal de samenvatting van het gelezen boek om de voorkennis van leerlingen over het verhaal op te halen.
Vervolgens ontvangt elk groepje een set van 20 kaartjes met daarop verschillende emoties, zoals “verdriet” , “opluchting” en “euforie”. Ze ordenen de 20 kaartjes met emoties op een schaal van -5 tot +5 om inzicht te krijgen in de nuance en intensiteit van deze emoties.

Daarna krijgen de groepjes 5-8 kaarten met belangrijke gebeurtenissen uit het verhaal. Deze kaarten ordenen zij in chronologische volgorde op een tijdlijn van de grafiek. Tijdens dit proces bespreken de leerlingen wat er in de scènes gebeurt en hoe deze met elkaar samenhangen. Na het ordenen koppelen zij aan elke scène een emotiewaarde. Dit doen ze door de eerder gerangschikte emoties te gebruiken en hun keuze te onderbouwen met details uit het verhaal, zoals een specifieke handeling, dialoog of gebeurtenis.

Wanneer de gebeurtenissen en emoties zijn gekoppeld, tekenen de leerlingen deze in op de grafiek. Ze verbinden de punten met een lijn om de emotionele reis van het personage visueel te maken. Hierdoor ontstaat een duidelijk overzicht van de impact van de gebeurtenissen op het personage.

Na het voltooien van de grafiek presenteren de groepjes kort hun werk aan de klas. Ze leggen uit waarom ze bepaalde emoties aan gebeurtenissen hebben gekoppeld, en klassikaal worden de overeenkomsten en verschillen tussen de grafieken besproken.

De les wordt afgesloten met een persoonlijke reflectie. Elke leerling bedenkt welke gebeurtenis zij het meest betekenisvol vonden voor het personage en waarom. Enkele antwoorden worden klassikaal besproken om de persoonlijke inzichten te delen.

Tips:

  • Bespreek aan het einde hoe emoties en gebeurtenissen samen bijdragen aan de ontwikkeling van het verhaal en het personage.
  • Voor snellere leerlingen: laat hen nadenken over alternatieve grafieken vanuit het perspectief van een ander personage in hetzelfde verhaal. Hoe zou zijn emotionele reis eruitzien?
  • Voor creatieve leerlingen: je kunt de grafiek ook illustreren met afbeeldingen bij elke scène.

Clasine van Dorst

Bronnen

  • Houkes, H. en Robben, T. (2017). Thinking skills-opdrachten. In: Levende Talen Magazine, 20217-4, p.4-9.
  • Leat, D. (1998). Thinking through geography. Cambridge: Kingston Press.

Figuur 1

INTENSITEITEMOTIES
sterk negatief (-5 tot -4)wanhoop, paniek, verdriet
matig negatief (-3 tot -2)frustratie, angst, onzekerheid
licht negatief (-1)teleurstelling, ongemak
neutraal (0)apathie, rust
licht positief (+1 tot +2)opluchting, tevredenheid, nieuwsgierigheid
matig positief (+3 tot +4)hoop, blijdschap, verwondering
sterk positief (+5)euforie, triomf, dankbaarheid, liefde

Figuur 2

Andere berichten

Copyright © 2026