Actueel

‘Aan het einde van de oorlog’ in de klas: lezen vanuit 31 perspectieven

Terwijl ik me aan de laatste pagina’s van Het gezoem van bijna alles (Coco Schrijber) waag, wint een ander boek de Libris Literatuurprijs. Het is niet zo dat ik een ‘prijslezer’ ben. Boeken komen op verschillende manieren op mijn weg. Vaak via WhatsApp-groepjes met leesvriendinnen, soms via het nieuws en even zo vaak, omdat de kleur van de kaft me aanspreekt. Zelden de titel, want mijn brein kan titels nog maar zelden onthouden. Titels zeggen vaak ook bitter weinig. Wat dat betreft kan de vraag ‘wat betekent de titel’ wel geschrapt worden uit de mondelinge examens literatuur.

Deze tekst wordt geen recensie, hoewel me van het hart moet dat Het gezoem van bijna alles een prettige schrijfstijl kent, met mooie, korte zinnen, zonder dat deze staccato aandoen. Ook vind ik de verhaallijnen ingenieus – is dit het goede woord, ja? – samenkomen en – heel belangrijk – ik heb steeds zin om door te lezen, vanwege een aantal opvallende plottwists. Ik las zojuist de samenvatting van het boek op de website van de Librisprijs en daar wordt één van die twists weggegeven. Zonde. Lees dit boek, maar verdiep je er van tevoren niet in. Dat zou mijn advies zijn.

De echte aanleiding voor het schrijven van deze tekst is het winnende boek Aan het einde van de oorlog van Bert Natter. Ik lees – op de website van de NOS deze keer – dat Bert en Ronald Giphart vrienden zijn en veel samen hebben geschreven. Dat wist ik niet, maar ik vind het een aardige aanvulling op mijn onbestaande kennis over Bert Natter.

Volgens de jury heeft Natter een boek geschreven dat “op een meeslepende en filmische manier zijn personages volgt”. De jury zegt ook: “Aan de hand van het wel en wee van de 31 personages die in het kamp verblijven of werkzaam zijn en zich op verschillende plekken in en om het kamp bevinden, wordt de lezer in deze in bijzondere vorm opgezette roman persoonlijke deelgenoot van de waanzin en de gruwel van de oorlog en het onvoorstelbare leed van de slachtoffers van de Holocaust.”

Ik zoek het boek op om het aan te schaffen. Het blijkt in mijn abonnement van Kobo-plus te zitten en ik kan het dus direct downloaden. Dat is een meevaller. Zodra ik klaar ben met Het gezoem van bijna alles – vandaag denk ik – begin ik aan dit winnende verhaal, want er is iets wat ik dringend wil weten. Natuurlijk ben ik nieuwsgierig naar de reden waarom Noraly Beyer dit boek ‘overdonderend’ noemt en in welk opzicht deze roman ‘gedurfd’ en ‘literair vernuftig’ is. Ook hoop ik dat het net zo lekker leest als het boek van Coco Schrijber.

Maar bovenal wil ik weten of het geschikt is om te lezen met leerlingen op de middelbare school, want het getal 31 prikkelt mijn didactisch instinct. 31 is geen abstract getal. 31 is een klas, bijvoorbeeld 31 5vwo’ers. Stel je toch eens voor: iedere leerling kiest één personage en leest alleen de passages die bij dat perspectief horen. En daarna organiseer ik een gespreksvorm in de klas waarin deze personages elkaar ontmoeten en met elkaar in gesprek gaan. Dat kan een speeddate zijn, een binnencirkel/buitencirkel. Het kan in tweetallen of in viertallen, in steeds wisselende samenstellingen. Dit is de ‘expert-methode’ in optima forma! Dit is literatuuronderwijs, burgerschap en historisch besef in een snelkookpan.

Opeens realiseer ik me dat ik zelf geen leerlingen meer heb, omdat ik geen praktiserend docent Nederlands meer ben. Vandaar ook de noodzaak om dit lesidee meteen op papier te zetten en met jullie te delen.

Ik verheug me er om allerlei redenen op om Aan het einde van de oorlog van Bert Natter te gaan lezen. En ik hoop met heel mijn hart dat de personages ieder hun eigen hoofdstuk hebben, zodat collega’s Nederlands in den lande dit boek direct in hun lessen kunnen gebruiken. Zo vlak na Dodenherdenking en Bevrijdingsdag is het momentum perfect. Als Natter zijn 31 personages inderdaad zo heeft opgebouwd als ik hoop, dan ligt hier een gouden lesontwerp klaar.

Clasine van Dorst

Aanvulling na het lezen van het eerste deel

Inmiddels ben ik ongeveer op een kwart van het boek. Mijn eerste inschatting is dat leerlingen dit boek goed zouden kunnen lezen. De fragmenten zijn kort en daardoor behapbaar. Tegelijk vraagt de vorm wel iets van de lezer: je moet wennen aan de vele perspectieven en het is verstandig om de lijst met personages bij de hand te houden.

Mijn oorspronkelijke lesidee vraagt dus om een kleine aanpassing. De personages hebben helaas geen volledige hoofdstukken voor zichzelf. Toch blijft het idee overeind: je kunt dit boek nog steeds met een hele klas lezen, waarbij iedere leerling één personage toebedeeld krijgt. Die leerling volgt dat personage extra nauwkeurig en kijkt als het ware door diens ogen mee. Daarna kun je alsnog ontmoetingen organiseren tussen de personages.

Laat leerlingen bijvoorbeeld in wisselende tweetallen of kleine groepen uitwisselen:

  • Wat weet jouw personage wel of juist niet?
  • Welke keuze maakt jouw personage?
  • Kun je die keuze begrijpen?
  • Waar schuurt het?
  • Wat verandert er als je vanuit een ander personage naar dezelfde situatie kijkt?

Ik zie ook mogelijkheden voor vakoverstijgend onderwijs. Combineer het lezen van dit boek met geschiedenis, maatschappijleer, burgerschap of Engels. Laat leerlingen nadenken over vragen als: Welke keuzes van personages zijn gemakkelijk te begrijpen? Wanneer is het moeilijker om begrip op te brengen? Wat doet angst met moreel handelen? Wanneer ben je medeplichtig? Waar in de wereld maken mensen vandaag de dag dezelfde soort ingewikkelde keuzes?

Juist op die manier kan literatuuronderwijs meer worden dan het bespreken van een boek. Het wordt een manier om leerlingen te laten nadenken over perspectief, verantwoordelijkheid, geschiedenis en menselijk gedrag.

Lees dit boek. Lees boeken. Laat leerlingen meeliften op jouw leeservaringen en voel je vrij(er) om je curriculum te bouwen rond dit type opdrachten.

De toekomst zal je dankbaar zijn.

Andere berichten

Copyright © 2026